Bijzonder grafhekwerk gerestaureerd

 

Stichting RIBO voert op dit moment een project uit waarbij op 9 historische begraafplaatsen restauratiewerkzaamheden worden uitgevoerd. Daaraan werken ook leerling steenhouwers en smeden  mee.

De begraafplaats in Almelo kon helaas niet worden meegenomen in dit project. Roel Teeninga van de Stichting Oude Begraafplaatsen Deventer maakt RIBO attent op een vervallen houten grafhekwerk op de begraafplaats  in Almelo met het verzoek of dit gerestaureerd zou kunnen worden.

Daarover is vervolgens contact gezocht met het opleidingsbedrijf voor de bouw VVBA in Almelo. Een van de restauratietimmerkrachten in opleiding, Sten Hulshof, kon dit grafhekwerk in het kader van de praktijkinstructie volledig nabouwen met eiken hout wat beschikbaar is gesteld door RIBO.

Onder deskundige begeleiding van Frank Hulskotte, instructeur VVBA, kon Sten Hulshof met het grafhekwerk aan de slag. Het resultaat mag er zijn! 

Wie het hekwerk ziet, denkt niet onmiddellijk aan een grafhek, maar eerder aan een ledikant. Omdat het hekwerk qua opbouw erg sterk lijkt op een ledikant wordt het in de volksmond vaak ook zo genoemd. Van ijzer zijn er nog duizenden in Nederland, maar van hout, zoals deze in Almelo, zijn ze zeldzaam.

Houten grafhekken zijn nu zeldzaam maar dat zal zeker voor de Tweede Wereldoorlog niet het geval zijn geweest. Het hebben van een hekwerk rondom het graf werd in de 19de eeuw min of meer een statussymbool. Afgekeken van de hekwerken rondom grote grafmonumenten in kerken, werden ze in de 19de eeuw ook geïntroduceerd op kerkhoven en begraafplaatsen. IJzeren hekwerken kon men kiezen uit een catalogus die vaak bij een lokale smederij te vinden was. Die bestelde dan het hek bij de fabrieken die deze hekken in serie produceerden. Natuurlijk werden ook door lokale smeden hekwerken gemaakt, maar de prijs van zo’n ijzeren hek was vaak hoog. Een gemakkelijke oplossing was om het hek dan maar van hout te (laten) maken. Hout was goedkoper en gemakkelijker te verwerken. Bovendien was het onderhoud ook eenvoudiger; met een lik verf of een nieuwe spijker kon men gemakkelijk zelf het hek onderhouden. Menig timmerman zal vroeger in de wintermaanden het maken van zo’n grafhek een leuk klusje hebben gevonden.

Het hebben van een hek had ooit de bedoeling om er voor te zorgen dat er niemand over het graf kon lopen, maar dat was met de aanleg van nieuwere begraafplaatsen eigenlijk niet meer nodig. Daar werden paden langs alle graven aangelegd en we zien dan ook vandaag de dag nog nauwelijks hekwerken rondom graven.

Wanneer het hek niet meer onderhouden werd, viel het ten prooi aan verwering en houtrot. Na een jaar of wat, afhankelijk van de houtsoort, was een hek dan zo slecht dat het opgeruimd werd. Daaraan zijn veel houten grafhekken ten prooi gevallen, maar er zijn ook heel wat van zulke hekwerken in de kachel beland, vooral in de Tweede Wereldoorlog toen brandstof schaars was. In heel Nederland zullen waarschijnlijk nog enkele tientallen van dergelijke ‘ledikanten’ voorkomen. Sommige zijn wat meer uitgewerkt met ijzeren spijlen of decoratieve elementen. Een enkele keer bevat zo’n hekwerk wat funeraire symbolen, maar over het algemeen zijn de hekwerken sober en functioneel. Het hekwerk dat nu weer als nieuw staat te pronken op de gemeentelijke begraafplaats is dus een uniek onderdeel van onze eeuwenoude grafcultuur.

Met dank aan Leon Bok, Funerair Deskundige voor de informatie over grafhekwerk.