Vernieuwde complex van Ribo moet in Hengelo een broedplaats voor restauratietalenten worden

PREMIUM

Voorzitter Jan Bron (rechts) en en projectleider Martin Bellers van de restauaratieopleiding Ribo. © Emiel Muijderman

HENGELO – Het wat rommelige complex zit diep weggestopt aan de rand van landgoed Twickel: het praktijkcentrum van de RIBO, oftewel de stichting Scholing, Restauratie en Innovatie in de Bouw. Een nogal losse verzameling schuren, opslagplaatsen en gebouwtjes. Maar daar komt verandering in.

Hier, aan de Haarweg, vlak bij de A35, zit al tientallen jaren het praktijkcentrum voor de opleiding tot restauratievakman. ‘Technicus hout en restauratie’, in RIBO-jargon, in nauwe samenwerking met het ROC van Twente. En corona of niet, de opleiding heeft meer ruimte nodig. De nieuwbouwplannen liggen klaar.

Links en rechts staan nu nog oude schuren voor de opslag van bouwmateriaal, een kantoor, werkplaatsen en een boerderij met twaalf bewoners van zorgorganisatie Ambiq, waarvan enkelen ook helpen met het schoonmaken en sorteren van bouwmaterialen, die gedeeltelijk in de open lucht zijn opgeslagen.

De opleiding en het ontplooien van nieuwe activiteiten vragen om meer ruimte en een betere indeling. Met meer instructieruimtes, een betere opslag voor materialen, zowel binnen als buiten, en meer parkeerplaatsen. De nieuwbouw, een stoer ontwerp van de Hengelose architect Gooike Postma, gaat een miljoen euro kosten.

Met financiën komt het goed

Met de financiën komt het wel goed, zegt stichtingsvoorzitter Jan Bron. „We verwachten een bijdrage van de provincie, we zijn ook in gesprek met de Regio Twente, er ligt een aanvraag in Brussel, de gemeente Hengelo doet mee en dat willen we aanvullen met een eigen bijdrage en een lening.”

De werkzaamheden beginnen na de bouwvak. Ook de ‘eigen’ studenten werken mee, in het kader van hun opleiding. De cursussen gaan ook gewoon door tijdens de bouw. Vanzelfsprekend wordt er veel hout gebruikt, waarbij allerlei constructies worden toegepast, van traditioneel gebintwerk tot moderne gelamineerde spanten. De nieuwbouw wordt daarmee een uithangbord voor bouwen met hout.

Open dagen

Zo’n zestig studenten bezoeken het instituut, verdeeld over drie leerjaren. Vorig jaar meldden zich 23 nieuwe leerlingen. Daartoe werden een kleine veertig scholen tot in de verre omgeving van Hengelo bezocht en er werden open dagen georganiseerd. Maar dat zit er dit jaar even niet in: corona. Projectleider Martin Bellers: „Ja, we knijpen ’m wel een beetje.”

Maar vorige week viel toch het besluit om twee open dagen te organiseren. Belangstellenden kunnen op de woensdagen 10 en 17 maart kennis maken met de opleiding ‘technicus hout en restauratie.’ Bellers: „Met een korte presentatie en een-op een gesprekken. Jongeren en hun ouders zijn die dagen welkom.”

Ze hebben genoeg perspectieven op een mooie loopbaan, verzekert hij. „Voor dit vakmanschap is altijd een markt.” Hij voorziet dat de toepassing van hout een grote vlucht zal nemen. Hout is immers een duurzaam materiaal, goed te recyclen, heeft een veel lagere uitstoot van CO2 en stikstof dan beton en staal en zorgt bovendien voor energiezuinige gebouwen.

Voor dit vakman­schap is altijd een markt

Martin Bellers, projectleider

De gediplomeerden komen vaak terecht bij kleinere aannemers die nog traditioneel bouwen en restauratiewerk verrichten, anderen gaan aan de slag als meubelmaker of studeren verder. De leerlingen volgen elke week een dag theorie in Techniekhuis Twente aan de Lansinkesweg en een dag praktijkinstructie aan de Haarweg. En zo’n drie dagen per week lopen ze stage. Stageplekken zijn nooit een probleem, zegt Bellers.

Nieuwe houten Mariakapel

Tijdens deze vakantiedag is het stil op het grote complex. Een nieuwe houten Mariakapel voor het klooster in Sibculo trekt de aandacht, evenals een zelfgebouwde ‘pipowagen’ en een gerestaureerde goederenwagon. Opdrachten zijn welkom, mits ze een algemeen maatschappelijk belang dienen. Zoals een nieuwe klokkenstoel voor de Stiftskerk in Weerselo en een karnhuisje voor museum Eungs Schöppe in Markelo.

Buiten liggen oude bouwstenen, dakpannen, houten balken. En een grote loods is volgestouwd met onder meer honderden oude deuren en tientallen weefgetouwen. Afkomstig van gesloopte oude panden, want daar mogen ze de RIBO altijd voor bellen: het is immers prima studiemateriaal voor de studenten. Bedrijven en particulieren kunnen er overigens ook terecht.

Broedplaats voor restauratietalenten

In een praktijkhal valt tussen de houtbewerkingsmachines een moderne CNC-gestuurde vijf-assige freesmachine op. Want bij het restaureren worden geavanceerde technieken gebruikt. Het vernieuwde complex moet ‘een broedplaats voor restauratietalenten en een innovatie- en restauratielab’ worden. Er wordt al met Saxion en de UT gesproken over samenwerking.

De nieuwbouw biedt ook meer ruimte voor trainingen voor ‘erfgoedprofessionals’ zoals monumentenadviseurs en medewerkers van architectenbureaus, verder zitten er workshops voor particulieren in de pen. Én er komt een ‘erfgoedrepaircafé’. Voor mensen die hun wankele oude kastje of tafeltje graag een langer leven gunnen…